|
BERNARDUS (BEN) (i720) TEN WOLDE EN LODEWIJK
CORNELIS (WIET) (i719) TEN WOLDE :
twee broers , onafscheidelijk , zélfs in Berlijn .......
De periode van de tweede wereldoorlog is voor ontelbare landgenoten de
meest dramatische en meest turbulente tijd geweest uit hun gehele bestaan
.
Sommige levens eindigden toen , andere levens raakten voorgoed beschadigd
of verminkt , en veruit de meeste levens van volwassen mannen en vrouwen
bleven intakt , raakten ook niet al te zeer beschadigd , maar kregen wel
in deze roerige jaren zo veel te verduren en te verwerken dat ze voor de
rest van hun leven door alle gebeurtenissen uit deze tijd in sterke mate
gevormd werden -
en dat gold zeker óók voor de hoofdpersonen van dit waargebeurde verhaal :
BEN en WIET TEN WOLDE .....
Ben en Wiet waren twee broers die kort na elkaar in Den Haag geboren waren
, respectievelijk in 1917 en 1916 , nog tijdens jaren van de eerste
wereldoorlog , een oorlog die dankzij een gelukkige zet op het
internationale politieke toneel aan onze landsgrenzen voorbij was gegaan
.....déze oorlog nog wel ......
Bennie en Lowietje werden Ben en Wiet en in de dagen waarop hele Duitse
kolonnes - ongevraagd .... - ons land binnenreden , waren het jongemannen
van respectievelijk bijna 23 en 24 jaar , en dát nu hield een potentieel
gevaar
in ......
Mannen in de kracht van hun leven liepen het risico gedwongen naar het
land van de bezetter te worden weggevoerd om daar , ver van huis , als
dwangarbeider onder slechte of zelfs erbarmelijke omstandigheden een soort
van slavenarbeid te verrichten ten behoeve van de Duitse
oorlogsindustrie .....
De eerste oorlogsjaren verliepen wat dit betreft nog redelijk zorgeloos ,
maar gaandeweg veranderde de situatie ......
Ergens halverwege de oorlog ( althans zo kunnen we het nú dan , met
terugwerkende kracht , vaststellen .....) stormden Duitse militairen de
zaak binnen waar Ben toenterijd als lakspuiter/galvaniseur werkzaam was ,
haalden daar tamelijk willekeurig allerlei kaarten uit de prikklokbak en
trokken toen ook - wat een jammerlijk noodlot ...... - de werkkaart van
Ben eruit .............
Als Ben jaren , nee zelfs decennia , later nog weleens terugdacht aan dit
voor hem zo belangrijke en dramatische moment in zijn bestaan , dan bracht
de herinnering aan het voorval immer nog diepe emoties bij hem teweeg....
Deze 'Arbeitseinsatz' dwong Ben om , volkomen onverwachts , onvoorbereid
en met een zeer ongewisse toekomst in het vooruitzicht , snel en overhaast
zijn koffers te gaan pakken en samen met honderden of mogelijk duizenden
lotgenoten af te reizen naar het land van de gehate bezetter .....
En dan had Ben ook nog eens de pech terecht te komen in de grootste stad
van het land , de hoofdstad Berlijn , de stad die in de loop van de oorlog
onophoudelijk door geallieerde bommenwerpers bestookt zou gaan
worden ......
Bens anderhalf jaar oudere broer trof een zelfde lot .....
Oók Louis of Wiet , zoals hij doorgaans genoemd werd , kwam in de loop van
de oorlog in Duitsland terecht , eerst in de plaats Stettin (thans Pools
grondgebied) en later , ook híj .... , in het kloppend hart van de stad ,
in Berlijn ......
Alhoewel Berlijn toen al een wereldstad van formaat was , inmiddels
ontelbare dwangarbeiders huisvestte en het zoeken naar een bekende in deze
metropool bepaald níet eenvoudig kan zijn geweest , liepen de beide ,
voorheen immer onafscheidelijke , broers elkaar hier tóch op zekere dag
tegen het lijf !!
Vanwege de ellendige omstandigheden waarin zij allebei verkeerden , moet
de uitzonderlijke ontmoeting van deze twee broers zo ver van huis , in het
land van de vijand , toch wel een buitengewoon emotioneel moment geweest
zijn !
En bovendien : vanaf dat ogenblik konden de beide broers elkaar tot steun
zijn in de moeilijke dagen die hun nog allemaal te wachten stonden , want
in de stad Berlijn bleven de broers vanzelfsprekend voortdurend met elkaar
in contact , en vanwege de lotsverbondenheid , níet wetend hoe lang het
gehate verblijf in deze stad nog duren zou , zal het verdere vervolg van
het afgedwongen verblijf in Duitsland voor zowel Ben als Wiet hierdoor
toch in ieder geval wat draaglijker geworden zijn ......
Zowel Wiet als Ben hebben in die lange periode van krijgsgevangenschap in
Stettin en Berlijn meerdere dramatische en zelfs enkele levensbedreigende
gebeurtenissen aan den lijve moeten ondervinden ........
Achteraf kunnen we dus zeker wel van geluk spreken dat beide broers ,
weliswaar enigermate verzwakt , maar verder ongeschonden en gezond van
lijf en leden , de oorlog doorgekomen zijn .
Vanwege een onvoorziene en beangstigende ervaring in het pikkedonker in de
stad Berlijn kreeg Ben op een dag de schrik van zijn leven ........
De etensrantsoenen waarover dwangarbeiders in de oorlog de beschikking
hadden , waren veelal zeer karig , ontoereikend en verre van riant te
noemen , terwijl voor met name dwangarbeiders vanwege de zware fysieke
arbeid waartoe zij dagelijks gedwongen werden , een goed etensmaal
natuurlijk bepaald geen luxe was .
Om toch het knagende hongergevoel wat te kunnen verdrijven , werd
regelmatig onder de arbeiders geloot wie er die bewuste avond op uit zou
trekken om ergens buiten het kampement , op een locatie waar zich een
ondergrondse voedselvoorraad bevond , dit voedsel te gaan ""stelen""
.......met 'stelen' begrijpelijkerwijs hier tussen zeer grote
aanhalingstekens geplaatst .
Op zekere dag in die oorlogsjaren middenin Berlijn was Ben eens de klos -
zou hij wellicht het kortste luciferhoutje getrokken hebben .....? - en ,
Ben enigszins kennende , zal hij daarop met angst en beven en met een
gevoel van kilo's lood in de schoenen , die bewuste avond in de richting
van de opslagplaats zijn getogen om daar , vermoedelijk immer nog met
zwaar kloppend hart , in de donkere ondergrondse ruimte af te dalen
..........
Hij was nog maar net afgedaald toen hij plotsklaps van bovenaf een barse
Duitse stem hoorde ........ die hem heel even deed sidderen , maar
gelukkig meteen daarna weer deed lachen , toen hij 'begreep' dat één van
zijn "lollige kameraden" hem naar deze plek gevolgd moest zijn en hem hier
nu op deze wijze probeerde een poets te bakken , alleen ........Ben
vergiste zich
deerlijk .......
Want , nadat hij nog in reactie hierop had teruggeroepen : "Joh , doe niet
zo idioot!" , kreeg hij voor de tweede maal die zelfde barse Duitse stem
te horen die hem toeriep : "Was machen Sie dort .......??" , en op dat
moment realiseerde Ben zich maar al te goed wat hem overkomen was : hij
was door een Duitse bewaker op heterdaad betrapt ..........
In zijn gehele leven is er waarschijnlijk geen enkel moment geweest waarop
Ben zó geschrokken zal zijn geweest als toen daar in het pikkedonker ,
diep onder de grond , op vijandelijk territorium , zonder enige uitweg ,
moederziel alleen , ver van huis én volkomen onzeker over het lot dat hem
nu boven het hoofd
hing .........
En op deze arrestatie volgde inderdaad een straf , maar , tot zijn grote
opluchting , viel de straf alleszins mee , zodat Ben zijn 'ondergrondse
avontuur' later , na de oorlog , gelukkig nog meerdere malen , zónder
opgelopen trauma's en met schik over zijn aanvankelijk potsierlijke
reactie op de woorden van de bewaker , aan familieleden vertellen kon !
Bens broer , Wiet ten Wolde , had het op vijandelijk grondgebied nog
zwaarder te verduren ........
Enige malen zou hij de dood zelfs bijna recht in de ogen zien .....
Alle Duitse steden werden tijdens de oorlog onophoudelijk gebombardeerd ,
noodzakelijk voor de oorlogsvoering , maar een nachtmerrie voor al
diegenen die met geen mogelijkheid deze steden verlaten konden .
Eén maal was Wiet de - onvrijwillige en fysieke - getuige van een
bombardement dat zó zwaar was dat van de bebouwing in de directe omgeving
niet veel meer dan puinstukken overbleven ......
Na afloop van dit hevige bombardement stond hij , ongedeerd maar hevig
ontdaan , midden tussen de brokstukken en naast een voor hem onbekende
vrouw die , schijnbaar onaangedaan , Wiet om een sigaret verzocht .
Meteen nadat Wiet haar een sigaret had gegeven , waar zij ook nog enkele
trekken van genomen had , zakte de vrouw levenloos in elkaar ......
Het was haar állerlaatste sigaret geweest .....
Een ander moment waarop Wiets leven zeer ernstig gevaar liep , was
mogelijkerwijs nóg dramatischer geweest ......
Het kwam in de oorlogsjaren regelmatig voor dat de nazi's
represaillemaatregelen namen waar volstrekt ónschuldige burgers het
slachtoffer van konden worden .
Op een dag in de oorlog die voor hem , als het levenslot het anders had
beschikt , de laatste dag van zijn leven had kúnnen zijn , werd Wiet samen
met enkele collega-dwangarbeiders opgepakt en bruut meegenomen .... -
zouden ze toen reeds ten volle beseft hebben wat hen te wachten stond
....??!
De groep werd tegen een muur geplaatst ...... er vielen enkele schoten
.......de man die pal naast Wiet stond , werd dodelijk getroffen ......
waarmee deze lugubere "dance macabre" ten einde kwam , want blijkbaar was
"slechts" een enkel willekeurig dodelijk slachtoffer voor de autoriteiten
toen voldoende als zgn. afschrikwekkend voorbeeld ........
Dit alleszins levensbedreigende , buitengewoon angstaanjagende voorval
middenin de oorlogsjaren zal , daar zijn we van overtuigd , het meest
dramatische moment geweest moeten zijn in Wiets gehele bestaan .......
Het bij voortduring bombarderen van de stad Berlijn veroorzaakte ook , hoe
vreemd dat ook klinken moge , een zeker gevoel van gewenning : want zo
beklommen Ben en Wiet eens tijdens een zwaar bombardement een grote
zendmast in de stad om daar , ergens hoog boven in deze toren , op enige
afstand naar een op gang zijnde bombardement te kijken , zónder zich
verder nog te bekommeren om het risico van een mogelijke afzwaaier
richting
zendmast ..... en natuurlijk steeds in het besef dat elk bombardement
weliswaar verwoestingen aanrichtte en dood en verderf kon zaaien , máár
tegelijkertijd hun beider vrijheid en uiteindelijke terugkeer naar Holland
elke keer weer een stapje dichterbij zou brengen .......
En díe dag was nú dan toch eindelijk aangebroken !!
Ben en Wiet moesten nu alleen nog zonder al te veel kleurscheuren zien
thuis te komen , maar ook dát was bepaald geen eenvoudige opgave !
Het werd een lange tocht , deels lopend , deels een stukje meeliftend op
een toevallig passerende wagen , steeds maar weer verder gaand in
westelijke richting ,
op weg naar dat o zo vertrouwde maar te lang gemiste moederland !
Maar voor al die duizenden , miljoenen ontheemden
die kris kras door het land trokken , was er één levensgroot probleem :
hoe kom ik nu aan voedsel ???
Ook Ben en Wiet trokken door het Duitse land met veelal knorrende magen ,
tótdat ze , ergens onderweg op het platteland een veld zagen met de
grootste
en sappigste 'meloenen' die ze ooit van hun leven gezien hadden ! - wat
zou dát een geweldig feestmaal gaan worden .........althans dat dachten ze
.......
Enthousiast en verrukt over deze onverwachte vondst , sneden ze snel
enkele 'meloenen' los van de grond , namen er , zo veel als ze naar dragen
konden mee .......én kregen even later een zware domper te verwerken toen
ze er proefondervindelijk achter kwamen dat deze "overheerijke , sappige
meloenen" in feite smakeloze , volkomen oneetbare p o m p o e n e n bleken
te zijn !
Later konden Ben en Wiet nog wel om het voorval lachen , maar op het
moment zelf konden ze er de humor echt nog níet van inzien ......
Uiteindelijk kwam het onafscheidelijke , broederlijke tweetal , weliswaar
vervuild en wat verzwakt , maar verder gelukkig zowel lichamelijk als
geestelijk ongehavend en ongebroken , in de loop van 1945 in Nederland aan
én ......herkenden op het station van hun woonplaats Den Haag in eerste
instantie hun bloedeigen moeder geeneens , want zó zeer hadden ook de
ontberingen in het westen van ons land hun sporen op moeder Lena ten Wolde
achtergelaten ........
Nu wachtte Ben en Wiet nog wel de droeve plicht om aan de moeder van een
kameraad met wie zij beiden in Duitsland waren opgetrokken , de zeer
trieste mededeling te doen dat haar zoon , Sam Koekenberg , één van de
zeer velen was geweest die in Duitsland bij de onophoudelijke
beschietingen en bombardementen het te betreuren slachtoffer geworden was
.........
In de weken en maanden die volgden , knapten Wiet , Ben en alle overige
familieleden gelukkig zienderogen op en kon het normale , vertrouwde leven
van vóór de vijf bezettingsjaren weer van voren af aan beginnen
............. |